Het comité voor preventie en bescherming op het werk
Bedrijven met meer dan 50 werknemers organiseren verplicht om de vier jaar sociale verkiezingen. Op basis van de resultaten van die verkiezingen wordt een comité voor preventie en bescherming op het werk samengesteld.
Samenstelling
- Werknemersafgevaardigden: Dezen worden aangeduid door sociale verkiezingen. Het aantal mandaten hangt af van het totaal aantal werknemers.
- Werkgeversafgevaardigden: Het aantal werkgeversafgevaardigden mag niet groter zijn dan het aantal werknemersafgevaardigden. De afgevaardigden worden bekendgemaakt door de werkgever na de sociale verkiezingen, en komen uit het leidinggevend personeel.
- Verder kan de raad nog aangevuld worden met deskundigen: preventie-adviseurs, externe deskundigen.
- De voorzittersrol wordt ingenomen door het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde.
- Het secretariaat wordt waargenomen door de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk.
Bij afwezigheid worden de taken van het CPBW overgenomen door de vakbondsafvaardiging. Bij het ontbreken van de vakbondsafvaardiging wordt een beroep gedaan op werknemers via rechtstreekse participatie
Gemeenschappelijk comité
Een groep werkgevers kan een gemeenschappelijk CPBW oprichten: bevoegdheden en werkingsmodaliteiten worden in dat geval individueel bepaald via een specifiek K.B.
Bevoegdheden
Deze worden vastgelegd in de Welzijnswet van 1996 en in het K.B. van 03/05/1999. In grote lijnen bestaan de bevoegdheden uit:
- het opsporen en voorstellen van middelen om welzijn op het werk te bevorderen
- het uitbrengen van adviezen, het formuleren van voorstellen omtrent het welzijnsbeleid en de opstelling van het globaal preventieplan en het jaaractieplan,…
- alsook voorafgaande adviezen over “alle voorstellen, maatregelen en toe te passen middelen”, “de planning en invoering van nieuwe technologieën” (die een consequentie kunnen hebben voor welzijn op het werk), keuze voor externe dienst, ergonomische maatregelen, keuze en aankoop van arbeidsmiddelen en beschermingsmiddelen
- betrokkenheid bij het beheer en de werkzaamheden van het departement belast met het medisch toezicht van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
- het stimuleren en opvolgen van de activiteiten van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
- het doen van voorstellen ter verfraaiing van de werkplaats
- uitwerken van maatregelen betreffende het onthaal van nieuwe medewerkers
- het onderzoeken van klachten inzake welzijn
- Het comité vervult bovendien alle andere opdrachten die door specifieke bepalingen aan hem worden toevertrouwd.
- Het controleren en toezicht houden d.m.v. een periodiek grondig onderzoek in alle afdelingen door afvaardiging van het CPBW, onderzoeken ter plaatse door afvaardiging CPBW in geval van ernstige risico’s, ernstig ongeval of incident, of wanneer ten minste één derde van de werknemersafgevaardigden in het CPBW hierom vraagt
- Een afvaardiging wordt aangesteld om de arbeidsinspecteur te woord te staan.
- Participerende bevoegdheid: bv gevarenmeldingen, ongevalonderzoek, risico-evaluatie.
Om naar behoren deze bevoegdheden uit te voeren, is bij wet vastgelegd dat het comité voldoende informatie moet krijgen van de werkgever, de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, externe dienst en de milieucoördinator. Ook moeten de leden voldoende opleiding krijgen om naar behoren te participeren.
Bron:
- Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij uitvoering van hun werk
- KB van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Geschreven door Ivo Debrabandere
14 februari 2012


